Spelregels

Omdat de meesten de basisregels van waterpolo wel kennen heb ik besloten om er een paar ‘hoofdlijnen’ en bijzondere gevallen uit te lichten. Je kunt de gehele spelregels nalezen op onze website en als je vragen hebt kan je altijd bij mij (Maartje) terecht.

De scheidsrechter.
Allereerst geldt: zodra de scheidsrechter fluit stop je met wat je aan het doen was en kijk je in zijn of haar richting. De scheidsrechter geeft namelijk altijd aan voor welke ploeg de vrije bal is, welke speler vanwege een overtreding uitgesloten wordt (het zogenaamde p-tje (van persoonlijke fout) of de U 20), enzovoorts. In het eerste geval zal de scheidsrechter met zijn arm in de richting wijzen van het doel waarop de ploeg die de vrije bal mag nemen aanvalt. Als blauw dus een vrije bal krijgt wijst de scheidsrechter in de richting van de keeper van wit. In het tweede geval zal de scheidsrechter door fluitsignaal en hand- en armbeweging laten weten dat een speler uitgesloten wordt, waarna het nummer van de cap van de betreffende speler zal worden aangeven.
Ook voor ‘staan’ (tik met de hand tegen de voet), ‘bal onder water’ (naar beneden drukkende beweging met de hand), strafworp (4 vingers in de lucht), corner (2 vingers in de lucht), UMV (draaiende beweging van de handen), UZV (het vormen van een kruis met de handen), het opeisen van de bal door de scheidsrechter (de scheidsrechter vormt met zijn beide handen de vorm van een bal) en afhouden (horizontale duwende beweging met de hand) bestaan herkenbare tekens.

Wisselen.
In het bad springen vanaf een willekeurige plek door een wisselspeler mag alleen

  • Tijdens de rust
  • Na een doelpunt
  • Bij het vervangen van een bloedende of geblesseerde speler, mits de blessure door de scheidsrechter erkend is (dus niet zomaar tijdens het spel omdat je ziet dat een teamgenoot geblesseerd is!)

Doelpunten maken.

  • De bal moet de doellijn geheel gepasseerd zijn!
  • Je mag met elk lichaamsdeel scoren, behalve met een gebalde vuist.
  • De bal moet altijd door twee spelers van hetzelfde team zijn aangeraakt voor er gescoord mag worden, tenzij bij een strafworp, een doelpoging door de keeper (!), een eigen doelpunt (!) en een direct schot na een buiten de 7 meter gegeven vrije worp.

Vrije worpen.
Een vrije worp moet genomen worden op de plek van overtreding of daarachter (als wit een vrije worp krijgt mag deze wel dichter naar de eigen keeper, maar nooit dichter naar de blauwe keeper toe genomen worden).
Wacht niet te lang met het nemen van een vrije worp. Regel is dat van het team dat een vrije worp toegekend krijgt de speler die het dichtst bij de bal is deze moet nemen. Let hierbij wel op bovenstaande regel: als de plek van overtreding meer naar achter was moet de bal daarheen gegooid worden door de dichtstbijzijnde speler.

Gewone fouten.
Dit zijn fouten waarvoor een vrije worp aan de tegenpartij zal worden toegekend en zijn onder andere:

  • De bal onder water duwen wanneer je wordt aangevallen. Als jouw hand op de bal ligt krijg jij de fout toegekend, ook als jouw hand door een tegenspeler wordt ondergeduwd.
  • Het met gebalde vuist stompen van de bal. Alleen de keeper mag dit binnen zijn doelgebied.
  • De bal met twee handen aanraken. Ook hier geldt dat de keeper dit wel mag binnen zijn doelgebied.
  • De bewegingsvrijheid belemmeren van een speler die de bal niet houdt (tegenhouden, op benen, rug of schouders zwemmen, etc.).
  • Tijd rekken (in het algemeen, en in het bijzonder bij het nemen van een vrije bal).

Uitsluiting zonder vervanging (UZV).
Je wordt bestraft met een UZV als je je tegenspeler opzettelijk letsel toebrengt of probeert toe te brengen (schoppen, slaan, krabben, bijten, etc). Na een UZV moet jouw team verder met een speler minder voor de rest van de wedstrijd en krijg je een schorsing voor twee wedstrijden.

Uitsluiting met vervanging (UMV).
De in de praktijk belangrijkste reden voor een UMV blijkt gebrek aan eerbied voor de scheidsrechter te zijn. Ook schelden (al dan niet tegen een tegenspeler of scheidsrechter) is een UMV-fout. De speler die de UMV krijgt moet het spel voor de duur van de wedstrijd verlaten maar mag wel vervangen worden door een teamgenoot.
Een andere fout is als de speler het spel niet correct verlaat bij een tijdelijke uitsluiting. Deze speler mag er zelf niet meer in en mag pas bij een doelpunt of na de rust vervangen worden. Regel is dat je als je bent uitgesloten alleen het spel mag verlaten in de hoek tegenover de jurytafel (het zogenaamde terugkomvak).

Tijdelijke uitsluiting (ook wel U 20 of p-tje).
Als je tijdelijk uitgesloten wordt geeft de jurytafel na het verstrijken van de straftijd aan dat je het veld weer in mag. Je mag ook weer deelnemen aan het spel als de tijd nog niet is verstreken maar jouw team de bal verovert.
Een aantal van de uitsluitingsfouten zijn:

Indien spelers van beide ploegen een uitsluitingsfout begaan worden zij allebei uitgesloten en wordt een neutrale inworp gegeven. Dit wil zeggen dat van elke ploeg een speler op ongeveer 2 meter van de scheidsrechter af gaat liggen. Deze laat de bal voor de spelers op het water vallen. De spelers mogen pas terugkeren als na de neutrale inworp, waarbij een van beide ploegen de bal verovert, wisseling van het balbezit plaats vindt. Als blauw dus de neutrale inworp ‘wint’ blijven beide spelers uitgesloten. Zodra wit echter in balbezit komt mogen beide spelers weer terugkeren in het spel.

Strafworpfouten.

Het nemen van een strafworp.

Buitenspel.
De buitenspellijn is de 2 meter lijn. Je bent al ‘buitenspel’ als je je in de 2 meter bevindt. De scheidsrechter zal echter pas fluiten als je wordt aangespeeld, en wel voor een gewone fout. Als je je in de 2 meter bevindt en je speelt een medespeler aan die direct op doel schiet voor jij het 2 meter gebied kan verlaten is dat geen gewone fout. Als je je in de 2 meter bevindt en jouw team doet een doelpoging anders dan direct ben je wel in overtreding.

Corner.
Als de bal het spel over de achterlijn verlaat nadat deze als laatste door een speler van de verdedigende ploeg is aangeraakt krijgt de aanvallende ploeg een corner. Deze wordt in de hoek op de 2 meter lijn genomen aan de kant waar de bal het spel verlaten heeft.