Tekens van de scheidsrechter

Fig. A De scheidsrechter beweegt zijn arm omlaag vanuit een verticale positie:

1) teken voor het begin van een speelperiode.

2) teken voor het herbegin na een doelpunt

3) teken voor het nemen van een strafworp

Fig. B Door met een arm te wijzen in de richting van de aanval en met de andere arm het punt aan te wijzen van waar de bal in het spel gebracht moet worden:

Fig. C Teken voor een neutrale inworp. De scheidsrechter wijst met zijn handen met beide duimen
naar boven gericht de plaats aan waar de neutrale inworp is toegekend en vraagt om de bal.

Fig. D Teken om de uitsluiting van een speler aan te geven, door naar de speler te wijzen en vervolgens de arm te bewegen in de richting van de speelveldbegrenzing, onmiddellijk gevolgd door het aangeven van het mutsnummer van de uitgesloten speler zodanig dat dit zichtbaar is voor zowel de spelers in het speelveld als voor de jurytafel.

Fig. E Teken voor het gelijktijdig uitsluiten van twee spelers. De scheidsrechter zal met beide handen naar de twee spelers wijzen, en aangegeven overeenkomstig
Figuur C dat ze uitgesloten zijn en vervolgens de mutsnummers aangeven overeenkomstig Figuur C.

Fig. F Teken om het uitsluiten van een speler met vervanging aan te geven. De scheidsrechter geeft de uitsluiting aan in overeenstemming met fig. D (of indien van toepassing fig. E). Hij draait zijn handen om de beurt in het rond, duidelijk zichtbaar voor de spelers in het veld en de jurytafel. De scheidsrechter geeft het mutsnummer van de uitgestuurde speler door aan de jurytafel.

Fig. G Teken om het uitsluiten van een speler zonder vervanging aan te geven. De scheidsrechter geeft het teken voor de uitsluiting overeenkomstig Figuur D (of Figuur E indien van toepassing) en kruist vervolgens zijn armen op zodanige wijze dat dit zichtbaar is voor zowel de spelers in het speelveld als voor de jurytafel.

Fig. H Teken voor het toekennen van een strafworp. De scheidsrechter brengt zijn arm met vier opgestoken vingers omhoog. Daarna geeft hij de jurytafel het mutsnummer door van de verdedigende speler tegen wie de strafworp is toegekend.

Fig. I De scheidsrechter zal een doelpunt aangeven met een fluitsignaal gevolgd door het onmiddellijk wijzen naar het midden van het speelveld.

Fig. J Teken om de zware overtreding van het vasthouden van een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt een gebaar waarbij hij de pols van de ene hand met de andere hand vasthoudt.

Fig. K Teken om het onderduwen van een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt een neergaande beweging met beide handen beginnend vanuit een horizontale positie.

Fig. L Teken om de zware overtreding van het naar zich toe trekken van een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt een terugtrekkende beweging waarbij hij beide handen verticaal gestrekt naar zijn lichaam toe beweegt.

Fig. M Teken om de zware overtreding van het trappen van een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt met één voet een trappende beweging terwijl hij op de andere voet blijft staan

Fig. N Teken om de zware overtreding van het slaan van een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt een slaande beweging met de gesloten vuist, beginnend vanuit een horizontale positie.

Fig. O Teken om het wegduwen of zich afzetten van een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt met zijn arm een van zijn lichaam afduwende beweging beginnend vanuit een horizontale positie.

Fig. P Teken om de gewone fout van het hinderen of zwemmen over een tegenstander aan te geven. De scheidsrechter maakt een kruisend gebaar waarbij de ene hand de andere horizontaal kruist.

Fig. Q Teken om het volledig onder water duwen van de bal aan te geven. De scheidsrechter maakt een neerwaartse beweging met zijn hand, beginnend vanuit een horizontale positie.

Fig. R Teken om het staan op de bodem aan te geven. De scheidsrechter beweegt één voet omhoog en omlaag.

Fig. S Teken om het onnodig tijd verspillen bij het nemen van een vrije worp, doelworp of hoekworp aan te geven. De scheidsrechter beweegt zijn hand op een zichtbare manier een of twee keer op en neer, de handpalm naar boven gericht.

Fig. T Teken om een overtreding van de 2-meterregel aan te geven. De scheidsrechter geeft het nummer twee aan, door de wijs- en de middelvingers omhoog te steken met de arm verticaal gestrekt.

Fig. U Teken om tijdverspilling of het aflopen van de 35-secondenklok aan te geven. De scheidsrechter maakt met zijn hand twee of drie keer een cirkel-gebaar.

Fig. V Teken van een grensrechter voorafgaand aan het begin van het spel en om een doelworp of hoekworp aan te geven.

Fig. W Teken van een grensrechter om een doelpunt aan te geven.

Fig. X Tekens ter aanduiding van het mutsnummer van een speler, met één hand. Om beter met de spelers en de secretaris te communiceren worden in voorkomende gevallen beide handen gebruikt, wanneer het nummer meer dan vijf bedraagt. Eén hand toont dan vijf vingers en samen met de andere hand wordt het aantal extra vingers getoond, waardoor dan de som van het mutsnummer van de speler wordt gevormd. Voor het nummer tien wordt een gesloten vuist getoond. Indien het nummer hoger is dan tien, dan eerst de gesloten vuist tonen en vervolgens het aanvullend aantal vingers om het juiste nummer van de speler vol te maken.
(KNZB-nr.23: Het wordt als niet ontvankelijk beschouwd om een protest in te dienen tegen het onduidelijk of onjuist aangeven van de tekens en gebaren als opgenomen in bovenstaand artikel.)